Arbozone compact

Chemiekaarten

Verlichting

Om bij het werk alles goed te kunnen zien, is voldoende licht nodig. Bij gedetailleerde taken is meer licht nodig dan voor het zien van alleen grote objecten. Maar naast de hoeveelheid licht spelen ook ander factoren als de kwaliteit van het licht, de manier waarop het invalt, verblinding, spiegeling en de kleur een rol. Ook deze aspecten moeten passen bij het werk dat gedaan wordt.
Naast kunstlicht (meestal elektrisch licht) is er ook daglicht. Daglicht gaat vaak met uitzicht naar buiten het gebouw samen. Het daglicht buiten kan erg hoge niveaus halen. Door te veel licht kan ook hinder ontstaan bij het uitvoeren van het werk. Voorbeelden hiervan zijn: men raakt verblind door de zon, men heeft last van spiegelingen op het scherm waardoor het scherm niet meer zichtbaar is of men kijkt in een felle lamp en krijgt daardoor tranende of geïrriteerde ogen.

Richtlijnen
Om een goede verlichtingssituatie te bereiken is er aandacht nodig voor:

  • Voldoende licht: het verlichtingsniveau is afhankelijk van het soort werk. In gangen, toiletten, magazijnen et cetera is 100 lux voldoende, in winkels, technische ruimten, kantines et cetera 200 tot 300 lux en in kantoorruimten, werkplaatsen et cetera ligt de ondergrens op 400 lux.
  • De lichtkleur: licht kan koud en kil zijn, bijvoorbeeld bepaalde soorten TL- of LED-lampen; in werkruimten worden daarom warme, gelige kleuren aanbevolen, zoals lichtkleur 83 voor TL-lampen.
  • De kleurweergave: de kleurweergave-index (Ra) geeft aan in hoeverre een lamp de kleuren tot hun recht laat komen. De hoogste waarde voor de kleurweergave-index is 100. Een kleurweergave-index lager dan 80 vergroot de kans op klachten over onnatuurlijke kleurweergave.
  • Daglicht en uitzicht: dit is belangrijk voor mensen, zij waarderen een ruimte zonder daglicht en uitzicht als erg negatief. Daglichttoetreding in werkruimten is verplicht volgens het Bouwbesluit en het Arbobesluit, wanneer dit mogelijk is. In bijvoorbeeld grote winkelcentra of ondergrondse ruimten is het niet mogelijk om direct daglicht te laten binnenkomen. Het is dan vaak wel mogelijk om via ramen zicht te bieden op de gangen, trappenhuizen of andere ruimten waar wel daglicht binnenvalt. 
  • Zonwering: dit is noodzakelijk en verplicht op werkplekken waar direct zonlicht binnenvalt en op alle werkplekken waar met beeldschermen wordt gewerkt.

Voor meer informatie en oplossingen zie paragraaf 2.5 van Arbo-Informatieblad 7 Kantoren.

De drie verschillende wijzen van verlichting

De drie verschillende wijzen van verlichting

Voorbeelden
Beeldschermwerk
De eisen die aan daglicht, kunstlicht en uitzicht worden gesteld, zijn met de opkomst van het beeldschermwerk flink veranderd. Waar vroeger bij ‘papierwerk’ hogere verlichtingssterkten prettig waren, kunnen deze vandaag de dag bij beeldschermwerk tot problemen leiden.
De opvatting dat grotere ramen vanzelf een beter gebouw opleveren, is dan ook niet meer actueel. Met grotere ramen kan het uitzicht weliswaar worden verbeterd, maar voor beeldschermwerk zijn vaak juist wat kleinere ramen gunstiger.

Kleurweergave
Een goed voorbeeld van een lage kleurweergave-index zijn de gasontladingslampen in straatlantaarns. Zij geven voldoende licht voor oriëntatie, maar de kleur van het licht is zo beperkt (alleen oranje) dat moeilijk valt op te maken welke kleuren de auto’s hebben. Halogeenlampen hebben een zeer hoge kleurweergave-index; daarom worden deze bijvoorbeeld in musea gebruikt om schilderijen te verlichten.

Verdieping

Wet- en regelgeving
Arbobesluit artikel 6.3 Daglicht en kunstlicht
Arbobesluit artikel 6.4 Weren van zonlicht
Arboregeling artikel 5.2 Inrichting van de beeldschermwerkplek

Beleidsregels
Beleidsregel 6.3 Verlichting

Arbo-Informatiebladen
Arbo-Informatieblad 7 Kantoren
Arbo-Informatieblad 24 Binnenmilieu